Soms zie je pas hoe kwetsbaar een systeem is wanneer iemand het niet kan gebruiken. Die simpele constatering vormt de kern van digitale toegankelijkheid. Niet als idealistisch streven, maar als praktisch vraagstuk: kan iedereen de informatie op een website vinden, begrijpen en bedienen, ongeacht beperkingen in zicht, gehoor, motoriek of cognitie?

De realiteit is dat veel websites daarop nog altijd tekortschieten. De oorzaken zijn zelden spectaculair; meestal gaat het om kleine beslissingen die zich opstapelen. Een ontbrekend label, een knop zonder beschrijving, een contrast dat nét te laag is. Toch bepalen juist deze details of iemand zelfstandig kan navigeren. Dat maakt toegankelijkheid geen cosmetische luxe, maar een vorm van digitale gelijkheid.
De EAA: wat de nieuwe wet precies vraagt
Sinds 2025 geldt de European Accessibility Act (EAA) voor een reeks digitale diensten en producten binnen de EU. De wet verplicht organisaties om hun digitale kanalen toegankelijk te maken volgens de internationale standaard EN 301 549, gebaseerd op WCAG 2.1 AA. De bedoeling is helder: gelijke toegang tot informatie en diensten voor alle burgers.
De reikwijdte is breed. Diensten zoals webshops, e-boeken, mobiele apps, e-readers, ticketingplatforms, financiële diensten en communicatiesoftware vallen onder de wet. Ook organisaties die producten of diensten leveren aan overheden moeten aantoonbaar toegankelijkheid waarborgen. Kleine ondernemingen met minder dan tien werknemers zijn uitgezonderd, maar niet per definitie vrijgesteld van maatschappelijke verwachtingen of contractuele verplichtingen.
De deadlines zijn concreet. Nieuwe producten en diensten moeten voldoen; bestaande krijgen beperkte overgangstijd. Handhaving ligt bij Europese lidstaten, die boetes kunnen opleggen wanneer organisaties structureel tekortschieten. In Nederland voert de Autoriteit Consument & Markt (ACM) deze controle uit. Daarmee verandert toegankelijkheid van goed voornemen in afdwingbare norm.
Veel lezers kennen de EAA slechts globaal. Een heldere uitleg geeft niet alleen overzicht, maar helpt ook inschatten wat er straks concreet moet gebeuren: documentatie bijhouden, audits uitvoeren en aantoonbaar werken volgens het principe “toegankelijkheid by design”.
De Toegankelijkheidsindex: nuttig, maar niet allesbepalend
Steeds meer organisaties volgen hun voortgang met automatische toegankelijkheidsscans. De Toegankelijkheidsindex -en vergelijkbare dashboards- gebruikt tools die onderdelen van WCAG geautomatiseerd kunnen testen. Metingen richten zich vooral op:
- kleurcontrast
- ontbrekende alt-teksten
- ontbrekende labels
- koppenstructuur
- semantische fouten
- toetsenbordtoegankelijkheid voor eenvoudige interacties
Dat levert waardevolle signalen op. Toch is er een beperking: deze tools controleren alleen wat objectief meetbaar is. Complexe aria-relaties, betekenisvolle volgorde van elementen, navigatielogica en echte gebruikservaring blijven grotendeels buiten beeld. Een volledig groene score betekent dus niet dat een website toegankelijk ís; het betekent alleen dat automatische tests weinig problemen vonden.
Transparantie over deze methodiek is nuttig. Het voorkomt dat scores worden overschat en helpt organisaties begrijpen waarom handmatige evaluatie essentieel blijft. Iedere index is een thermometer, geen diagnose.
Wat de cijfers in Nederland laten zien
Kijk je naar sectoren, dan ontstaat een herkenbaar patroon. Gemeenten scoren de laatste jaren iets stabieler dankzij wettelijke verplichtingen en centrale richtlijnen. Banken en verzekeraars wisselen sterk: sommige investeren structureel in toegankelijk ontwerp, andere laten steken vallen op complexe applicaties zoals online bankieren. Onderwijsinstellingen en zorgorganisaties laten het grootste gat zien tussen intentie en realiteit; drukke content, versnipperde verantwoordelijkheid en verouderde systemen spelen daar een rol.
Het beeld is dus concreet. Toegankelijkheid is geen abstract debat over standaarden, maar een dagelijkse praktijkkwestie waarbij veel organisaties worstelen met schaal, techniek en consistentie. De cijfers maken dat zichtbaar en laten zien waar verbetering het meest urgent is.
Deep dive: hoe fouten er in de praktijk uitzien
Een indexscore zegt weinig totdat je weet wat er precies misgaat. Drie veelvoorkomende situaties illustreren de kern.
1. Een gemeentelijke website met gefragmenteerde navigatie
De hoofdnavigatie lijkt logisch, maar onderliggende pagina’s gebruiken verschillende kopstructuren en ontbrekende aria-labels. Voor schermlezers ontstaat een rommelig geheel; de gebruiker moet telkens opnieuw ontdekken waar hij zich bevindt. De oplossing ligt niet in losse reparaties, maar in het vastleggen van één consistente semantische structuur. Dit vraagt zowel ontwerpbeslissingen als redactionele discipline.
2. Een zorginstelling met foutieve formulieren
Veel zorgwebsites bevatten aanmeld- of contactformulieren met verkeerd gekoppelde labels of velden die alleen via muisinteractie bereikbaar zijn. Voor bezoekers met motorische beperkingen wordt het formulier letterlijk onbedienbaar. Correctie vereist een herbouw van het formulier, inclusief toetsenbordnavigatie, correcte foutmeldingen en duidelijke instructies. De techniek is niet ingewikkeld; het proces eromheen wel.
3. Een bank met ontoegankelijke tabellen en grafieken
Financiële dashboards tonen gegevens vaak visueel zonder tekstalternatief. Schermlezers kunnen daardoor geen inzicht bieden in saldoverloop, transacties of limieten. Aanbevolen oplossing: elke grafiek krijgt een onderliggende tekstbeschrijving, en complexe tabellen worden semantisch opgebouwd. Het kost extra werk, maar is essentieel voor zelfstandig digitaal bankieren.
Deze voorbeelden maken zichtbaar hoe tastbaar toegankelijkheidsproblemen zijn. Geen principiële discussies, maar concrete obstakels die mensen in hun dagelijks leven raken.
Waarom websites toch blijven falen: de technische en organisatorische oorzaken
Organisaties die met toegankelijkheid worstelen, doen dat meestal niet uit onwil. De oorzaken liggen vaker in de structuur van digitale teams.

- Legacy-systemen die ooit snel zijn gebouwd en later zijn uitgebreid zonder toegankelijkheidskaders.
- CMS-beperkingen: sommige templates en modules zijn ooit ontworpen zonder WCAG-normen; correctie vereist herbouw.
- Gebrek aan kennis bij redacteuren: verkeerde alt-teksten, kopstructuren of documentuploads komen vaak voort uit onduidelijke richtlijnen.
- Spanning tussen design en toegankelijkheid: visueel minimalisme botst soms met contrastnormen of zichtbare labels.
- Ontbrekende testprocessen: veel teams vertrouwen op automatische scans zonder handmatige toetsen, waardoor essentiële problemen onopgemerkt blijven.
De kloof ontstaat dus minder door complexe technologie en meer door ontbrekende afspraken, fragmentatie en tijdsdruk. Wanneer toegankelijkheid geen vast onderdeel is van het ontwikkelproces, verschijnt het als “extra taak” achteraf – en dat mislukt bijna altijd.
Toewerken naar echte toegankelijkheid: een praktische routekaart
Een realistische aanpak begint met erkenning dat toegankelijkheid geen project is, maar een proces. De kern bestaat uit vijf stappen.
- Audit: geautomatiseerd én handmatig
Een goede audit combineert de efficiëntie van automatische tools met de diepgang van handmatige tests. Vooral toetsenbordbediening, leesvolgorde en gebruik met schermlezers blijven handmatig werk. - Prioriteren van problemen
Niet elke fout is even zwaar. Problemen worden ingedeeld op basis van impact voor gebruikers. Denk aan blokkades voor navigatie, onleesbare teksten of ontoegankelijke formulieren. - Corrigeren en herontwerpen
Hier worden labels toegevoegd, contrasten verhoogd, koppen gecorrigeerd, aria-relaties hersteld en componenten opnieuw ontworpen. Waar nodig wordt het CMS aangepast, zodat redacteuren toegang krijgen tot toegankelijke velden en controles. - Betrekken van echte gebruikers
Niets is zo waardevol als testen met mensen die afhankelijk zijn van schermlezers, spraaksoftware of toetsenbordbediening. Hun feedback maakt zwakke plekken zichtbaar die geen enkele tool detecteert. - Monitoring en onderhoud
Toegankelijkheid is gevoelig voor regressie. Nieuwe pagina’s, nieuwe modules of nieuwe redacteuren laten snel fouten ontstaan. Wekelijkse scans, periodieke handmatige reviews en duidelijke redactionele richtlijnen voorkomen terugval.
Deze routekaart geeft organisaties een realistisch handelingsperspectief. Niet alles in één keer goed, maar stap voor stap naar een stabiel niveau.
Toezicht, klachten en handhaving
De EAA krijgt pas betekenis wanneer naleving wordt gecontroleerd. In Nederland ziet de ACM toe op naleving van consumentenwetgeving, inclusief toegankelijkheid van producten en diensten die onder de EAA vallen. Daarnaast kunnen gebruikers klachten indienen wanneer digitale diensten ontoegankelijk zijn. In ernstige gevallen kan de ACM boetes opleggen of eisen dat aanpassingen binnen een bepaalde termijn worden doorgevoerd.

Voor publieke instellingen blijft daarnaast de bestaande toegankelijkheidsverplichting uit het Tijdelijk Besluit Digitale Toegankelijkheid recht overeind, inclusief het publiceren van toegankelijkheidsverklaringen. Dat onderscheid is belangrijk: sommige organisaties vallen onder beide kaders.
Handhaving blijft in veel sectoren een gevoelig onderwerp. Maar juist daar ontstaat voortgang: verwachtingen worden concreter, controles zichtbaarder en sancties realistischer. Het tijdperk waarin toegankelijkheid vrijblijvend was, loopt af.
Vooruitkijken: de uitdagingen van nieuwe technologie
Digitale toegankelijkheid stopt niet bij websites. Nieuwe technologieën dienen zich aan en stellen nieuwe eisen.
AI-gegenereerde content kan inconsistent zijn in alt-teksten of kopstructuur. Zonder kwaliteitscontrole ontstaat snel digitale ruis.
VR en AR brengen totaal nieuwe vraagstukken met zich mee: hoe bied je alternatieven voor driedimensionale interactie?
Spraakinterfaces vereisen robuuste taalmodellen, maar ook duidelijke fallback-opties.
De bredere digitale kloof speelt opnieuw op: mensen die moeite hebben met digitale vaardigheden raken sneller achterop wanneer interfaces complexer worden.
Daarom verschuift de focus steeds meer naar inclusief ontwerp. Niet achteraf repareren, maar vanaf de eerste schets nadenken over wie er straks gebruikmaakt van een site of dienst. De technologie evolueert; de verantwoordelijkheid groeit mee.
Conclusie: toegankelijkheid is volwassen geworden
Wie vandaag een website beheert, opereert in een landschap waarin toegankelijkheid niet langer optioneel is. De EAA geeft kaders, indexen geven inzicht, audits geven richting. Maar de kern blijft even simpel als aan het begin: een digitale omgeving die door iedereen te gebruiken is.
Dat vraagt om consistentie, kennis en een proces dat onderhoud serieus neemt. Organisaties die dat vroeg adopteren, profiteren straks van minder risico, meer gebruikers en een professionelere digitale basis. En voor een beheerorganisatie geldt: dit is precies het werk dat het verschil maakt tussen een website die functioneert en een website die iedereen bereikt.
Zo wordt toegankelijkheid geen checklist, maar een kenmerk van kwaliteit. En uiteindelijk is dat wat digitale dienstverlening sterker maakt: helder, actueel, controleerbaar en voor iedereen te gebruiken.
Gebruikte bronnen
- WCAG 2.1 / 2.2 (W3C Web Content Accessibility Guidelines)
internationale toegankelijkheidsstandaard waarop EN 301 549 is gebaseerd. - EN 301 549
Europese norm voor digitale toegankelijkheid. - European Accessibility Act (Directive (EU) 2019/882)
juridische grondslag voor verplichtingen, reikwijdte en termijnen. - Toegankelijkheidsrichtlijnen van de Rijksoverheid
toelichting op audits, verklaringen en handhaving in Nederland. - Rapportages en sectoranalyses van Stichting Appt (monitoring toegankelijkheid NL)
algemeen beeld van trends per sector. - Algemene documentatie van automatische scanners zoals Axe, WAVE, Siteimprove en Lighthouse
inzicht in wat automatische tooling wél en niet controleert. - ACM (Autoriteit Consument & Markt)
informatie over toezicht en handhaving onder de EAA.