Schaalbaarheid van applicatiearchitectuur is de mate waarin de technische opbouw van een applicatie meegroeit met toenemend gebruik zonder instabiel of onvoorspelbaar te worden. Het gaat niet alleen om extra servercapaciteit, maar om de manier waarop componenten, databronnen en processen zijn gescheiden en georganiseerd.
Een architectuur die schaalbaar is, voorkomt dat één onderdeel het geheel vertraagt zodra het verkeer stijgt of het datavolume toeneemt. Dat betekent dat belasting verdeeld kan worden, dat functies los van elkaar kunnen opschalen en dat knelpunten zichtbaar en beheersbaar blijven.
Wanneer schaalbaarheid ontbreekt, wordt groei een risico in plaats van een vooruitgang. Extra bezoekers of nieuwe functionaliteit leiden dan tot vertraging, foutmeldingen of noodgedwongen herbouw.
Schaalbaarheid van applicatiearchitectuur is daarmee geen technische luxe, maar een structurele eigenschap die bepaalt of groei beheerst kan plaatsvinden of telkens opnieuw spanning veroorzaakt in het systeem.