End-of-life betekent dat software officieel niet meer wordt ondersteund door de ontwikkelaar. In de praktijk houdt dit in dat er geen beveiligingsupdates, bugfixes of compatibiliteitsaanpassingen meer verschijnen. Voor onderhoud en updates is dat een kantelpunt, geen detail.
Zolang software binnen de ondersteunde levenscyclus valt, maakt regulier onderhoud het mogelijk om risico’s beheersbaar te houden. Updates lossen kwetsbaarheden op, verbeteren stabiliteit en zorgen dat de software blijft aansluiten op onderliggende systemen zoals PHP-versies of serveromgevingen. Zodra end-of-life is bereikt, valt die beschermlaag weg.
Dat betekent niet dat een website onmiddellijk stopt met werken. Wat verandert, is de aard van het risico. Nieuwe beveiligingslekken blijven bestaan, maar worden niet meer gedicht. Problemen die ontstaan door gewijzigde infrastructuur of afhankelijkheden worden niet meer opgelost. Onderhoud verschuift daarmee van preventief naar reactief, met toenemende onzekerheid.
End-of-life is daarom geen technisch label, maar een beleidsgrens. Het markeert het moment waarop doorgaan zonder upgrade geen onderhoudsstrategie meer is, maar een bewuste keuze om risico’s te accepteren. In professioneel websitebeheer vormt dit punt meestal de aanleiding om een upgradepad vast te stellen, juist omdat regulier onderhoud zijn werking verliest zodra ondersteuning eindigt.