Latency beschrijft de vertraging tussen het moment waarop een gebruiker of systeem een verzoek doet en het moment waarop de website begint te reageren. Het gaat dus niet over hoe snel een pagina volledig laadt, maar over hoe snel de eerste reactie merkbaar is.
In termen van websitegedrag zegt latency vooral iets over responsiviteit. Een website met hoge latency voelt traag aan, zelfs als de uiteindelijke laadtijd meevalt. Gebruikers merken dit als een korte stilte na een klik, formulierverzending of paginawissel. Technisch gezien zit die vertraging vaak in netwerkafstand, serverbelasting, trage databasequeries of externe afhankelijkheden.
Voor monitoring is latency een belangrijk signaal omdat het vroeg wijst op onderliggende problemen. Een stijgende latency kan betekenen dat een server tegen zijn grenzen aanloopt, dat caching minder effectief werkt of dat externe diensten de site ophouden. Dit gedrag blijft vaak onzichtbaar in eenvoudige uptime-metingen, omdat de website formeel nog “online” is.
Latency is daarmee geen foutmelding, maar een gedragsindicator. Het laat zien hoe een website zich gedraagt onder realistische omstandigheden, niet alleen of hij bereikbaar is. In beheercontext helpt latency om onderscheid te maken tussen een site die technisch beschikbaar is en een site die voor gebruikers daadwerkelijk goed functioneert.