Lang is de website behandeld als een verlengstuk van marketing. Een plek om verhalen te vertellen, proposities te tonen en campagnes te ondersteunen. Dat model schuurt steeds vaker. Niet omdat marketing minder belangrijk is geworden, maar omdat de website in de praktijk inmiddels veel meer moet doen dan verleiden.

Bij veel organisaties is de website uitgegroeid tot dé plek waar mensen informatie komen halen die ertoe doet. Bezoekers verwachten actuele documenten, juiste productinformatie, heldere uitleg over processen en soms zelfs directe toegang tot diensten. Intern wordt diezelfde website gebruikt als referentiepunt: ‘het staat toch op de site?’. Toch wordt er vaak nog gedacht en gewerkt alsof het vooral een presentatie-laag is.
Wie zo naar de website blijft kijken, mist wat er feitelijk gaande is. De moderne website functioneert steeds vaker als informatie-infrastructuur: een knooppunt waarin inhoud, data en processen samenkomen. Dat vraagt om andere keuzes, andere verantwoordelijkheden en een ander soort beheer dan veel organisaties gewend zijn.
Dit artikel verkent die verschuiving, en waarom begrippen als data-eigenaarschap, governance en betrouwbaarheid inmiddels zwaarder wegen dan visuele flair of marketingclaims.
Van etalage naar knooppunt
Twintig jaar geleden was de website vooral een digitale brochure. Informatie werd relatief statisch gepubliceerd, updates waren sporadisch en interactie beperkt. Dat beeld is inmiddels achterhaald.
Vandaag zien we dat websites:
- Gekoppeld zijn aan CRM-systemen, zaaksystemen, ERP-omgevingen of externe databronnen
- Dienen als primaire publicatieplek voor beleidsinformatie, documenten en datasets
- Fungeren als toegangspunt voor klanten, burgers of ketenpartners
- Juridisch en bestuurlijk relevant zijn, bijvoorbeeld in het kader van AVG, archivering en transparantie
In de praktijk betekent dit dat een fout, vertraging of onduidelijkheid op de website directe gevolgen kan hebben. Niet alleen reputatie-schade, maar ook operationele risico’s of compliance-problemen.
De website is geen eindpunt meer. Het is een knooppunt.
Herkenbaar?
- De website bevat informatie die formeel belangrijk is, maar niemand actief beheert
- Afdelingen verwijzen naar de site, maar voelen zich niet verantwoordelijk voor wat erop staat
- Technische updates worden vooruitgeschoven omdat “het nu even niet uitkomt”
- Inhoud groeit organisch, maar zonder duidelijke structuur of eigenaarschap
- Bij fouten of incidenten is onduidelijk wie beslist of ingrijpt
- De website wordt steeds belangrijker, maar het beheer blijft gebaseerd op oude aannames
Informatie heeft eigenaarschap nodig
Een opvallende observatie uit de praktijk: veel organisaties hebben hun content wél uitbesteed, maar hun informatieverantwoordelijkheid niet scherp belegd. Teksten worden geschreven, pagina’s gebouwd, maar fundamentele vragen blijven vaak onbeantwoord.
Wie is eigenaar van de informatie op de website?
Wie bepaalt wat actueel, correct en volledig is?
Wie is aanspreekbaar als informatie verouderd of onjuist blijkt?
Bij marketingcontent is dit vaak nog overzichtelijk. Maar zodra het gaat om beleidsdocumenten, productinformatie, handleidingen, juridische teksten of datafeeds, wordt het complexer. Zeker wanneer meerdere afdelingen betrokken zijn.
In een infrastructuur-benadering hoort daar een expliciet model bij:
- duidelijke informatie-eigenaars per domein
- afspraken over actualiteit en review-cycli
- inzicht in herkomst en afhankelijkheden van data
- traceerbaarheid van wijzigingen
Zonder dit fundament wordt de website een verzamelplaats van losse waarheden. Dat werkt misschien tijdelijk, maar is op termijn niet houdbaar.
Als niemand verantwoordelijk is, wordt alles een risico
Governance wordt vaak gezien als iets zwaars. Extra lagen, overlegstructuren, vinklijstjes. In de context van websites is het juist het tegenovergestelde.
Goede governance voorkomt dat:
- Technische updates worden uitgesteld ‘omdat het nu even niet uitkomt’
- Content blijft staan omdat niemand zich eigenaar voelt
- Beveiligingsmaatregelen afhankelijk zijn van individuele kennis
- Beslissingen ad-hoc worden genomen onder tijdsdruk
Sinds grofweg 2018, met de invoering van de AVG, is dit voor veel organisaties pijnlijk zichtbaar geworden. Websites bleken niet alleen communicatiemiddelen, maar ook verwerkingspunten van persoonsgegevens. Daarmee kwamen ze onder toezicht te staan van juridische en organisatorische eisen die eerder nauwelijks werden meegewogen.
Governance betekent in deze context vooral: vooraf nadenken over verantwoordelijkheden, processen en escalatie. Niet om alles dicht te timmeren, maar om voorspelbaar en beheersbaar te blijven.
Betrouwbaarheid als kernkwaliteit
Een marketingwebsite mag verleiden. Een informatie-infrastructuur moet betrouwbaar zijn.
Betrouwbaarheid zit niet alleen in uptime, maar ook in:
- Consistente werking over tijd
- Voorspelbaar gedrag bij updates
- Controleerbare beveiliging
- Heldere foutafhandeling
- Duidelijke communicatie bij incidenten
Voor organisaties met een publieke of semi-publieke rol is dit extra relevant. Bezoekers nemen informatie van een website steeds vaker als uitgangspunt voor besluiten. Of dat nu klanten zijn, partners of toezichthouders.
Een traag formulier, een onduidelijke foutmelding of een plots gewijzigde URL is dan geen detail meer. Het is een verstoring van de informatievoorziening.
De rol van technologie: minder zichtbaar, meer bepalend
Opvallend genoeg verschuift ook de rol van technologie zelf. Waar CMS-keuzes vroeger vooral gingen over gebruiksgemak en thema’s, draaien gesprekken nu steeds vaker om architectuur.
Vragen die wij in de praktijk steeds vaker horen:
- Hoe schaalbaar is dit platform over vijf jaar?
- Kunnen we data eenvoudig ontsluiten of hergebruiken?
- Hoe afhankelijk zijn we van specifieke leveranciers of plugins?
- Hoe verhoudt dit systeem zich tot onze interne IT-architectuur?
Met name bij organisaties die Drupal gebruiken, zien we dat deze vragen bewust worden gesteld. Niet omdat Drupal ‘complex’ zou zijn, maar juist omdat het ruimte biedt voor gestructureerde content, integraties en maatwerk. Dat maakt het geschikt als infrastructuur-component, mits het beheer daar ook op is ingericht.
Beheer als strategische functie, niet als sluitpost
Een logisch gevolg van deze verschuiving is dat websitebeheer niet langer een operationele bijzaak kan zijn. Toch wordt het in veel organisaties nog zo behandeld.
Beheer wordt vaak pas besproken als:
- updates zijn achterstallig
- prestaties teruglopen
- beveiligingsincidenten zich aandienen
- kennisdragers vertrekken
In een infrastructuur-benadering is beheer juist een continu proces. Vergelijkbaar met applicatiebeheer of netwerkbeheer. Niet reactief, maar voorspelbaar en planmatig.
Dat betekent onder andere:
- vaste update-cycli
- monitoring op prestaties en beveiliging
- documentatie van keuzes en afhankelijkheden
- periodieke evaluatie van risico’s
Niet alles hoeft zwaar of duur te zijn. Maar niets doen is zelden een neutrale keuze.
Praktijkvoorbeeld: van ‘site’ naar voorziening
Een voorbeeld uit onze praktijk, geanonimiseerd maar herkenbaar.
Een organisatie begon met een website als communicatiekanaal. Gaandeweg kwamen er documenten bij, beleidsstukken, datasets en koppelingen met externe systemen. De website werd steeds belangrijker, maar het beheer bleef gebaseerd op het oorspronkelijke marketingmodel.
Gevolg:
- niemand wist precies welke content nog actueel was
- technische updates werden uitgesteld uit angst voor verstoring
- nieuwe wensen leidden tot ad-hoc oplossingen
Pas toen de website expliciet werd aangemerkt als informatievoorziening, veranderde de aanpak. Rollen werden benoemd, beheer werd gestructureerd en technische keuzes werden in samenhang bekeken.
De website werd niet mooier. Wel stabieler, betrouwbaarder en beter verdedigbaar.
Wat dit vraagt van organisaties
De verschuiving naar informatie-infrastructuur vraagt geen radicale breuk, maar wel een herijking. En vooral: volwassenheid.
Dat begint met een andere vraagstelling:
Niet: ‘Hoe ziet onze website eruit?’
Maar: ‘Welke rol speelt onze website in onze informatiehuishouding?’
Van daaruit volgen logische vervolgstappen:
- expliciete keuzes over eigenaarschap
- realistische eisen aan beheer en onderhoud
- technische beslissingen in samenhang, niet per project
- ruimte voor groei zonder structurele risico’s
Concluderend: behandel je website als publieke infrastructuur
Voor veel organisaties is de website inmiddels te belangrijk om nog als marketingproduct te behandelen. De gevolgen van fouten zijn groter, de afhankelijkheden complexer en de verwachtingen hoger.
Wie zijn digitale kanalen serieus neemt, behandelt ze als infrastructuur. Met duidelijke verantwoordelijkheden, beheer als kernfunctie en betrouwbaarheid als uitgangspunt.
Dat is geen luxe. Het is een logische stap in een digitale werkelijkheid waarin informatie steeds centraler staat.
En precies daar ligt het verschil tussen een website die vandaag werkt, en een informatievoorziening die morgen nog steeds te vertrouwen is.